Voor de aardbeving was Haïti al één van de armste landen in Midden-Amerika, met een groot verschil tussen arm en rijk. Vanwege het hoge armoedecijfer en de zwakke economie waren vele internationale hulporganisaties al jarenlang actief in het land met bredere ontwikkelingshulpprogramma’s. Het was zelfs noodzakelijk om een VN-vredesmacht de rust te laten bewaken en een zekere mate van veiligheid te creëren. De kwetsbaarheid van het land, voorafgaande aan de aardbeving, maakt de impact van de ramp nog groter.
Vóór de aardbeving stond Haïti op de 149ste plaats van in het totaal 182 landen op de Human Development Index Score. De nationale economische ontwikkeling, infrastructuur, sociale voorzieningen, regering en overheidsinstanties waren zwak en onderontwikkeld. De overheid was niet in staat om de bevolking socio-economische basisvoorzieningen en veiligheid te bieden, laat staan om hun rechten te beschermen. Het zwakke overheidsapparaat zag weinig kans om te verbeteren, gezien de jarenlange traditie van corruptie en politieke instabiliteit. De huidige impasse rondom de presidentsverkiezingen is hiervan een kristalhelder voorbeeld. Los van de moeizame en problematische socio-economische ontwikkeling van Haïti, wordt het land geteisterd door natuurgeweld.
Nagenoeg jaarlijks ondergaat Haïti natuurrampen zoals orkanen, aardbevingen en overstromingen. In de periode van 1980 tot 2011 werd het land getroffen door 74 rampen. De aardbeving van 2010 is de eerste ramp waarbij de schade net zo groot is als het bruto nationaal product van een land.

"Yon Kote Timoun aprann ak ke Kontan" (Een plaats waar kinderen leren met een blij hart) is een programma dat gericht is op ondersteuning van de ontwikkeling van kinderen en jong volwassenen die verlies hebben geleden en trauma’s hebben opgelopen als gevolg van de aardbeving.
De insteek van dit project is om aan 1.000 jongeren in de leeftijdscategorie van 7-16 jaar, uit acht verschillende door de aardbeving getroffen gemeenschappen, drie keer per week educatieve, creatieve en sociale activiteiten te bieden. Op deze manier faciliteren ICCO & Kerk in Actie in samenwerking met het Leger des Heils in de ontwikkeling van vaardigheden en voorzien in de basis leer behoeften.
Ook werkt het project aan de versterking van de capaciteit van lokale Haïtianen op het gebied van emotionele en sociale problemen binnen hun gemeenschap. Veld werkers hebben drie keer per jaar een training sessie om onderwerpen als kind psychologie, onderwijsmethoden, klaslokaal management en versterking in vaardigheden in aanvulling op speciale onderwerpen wanneer nodig.
- laatste update op 13 januari 2012 -
Circa 24 scholen van het Leger des Heils buiten het Port-au-Prince gebied werden beschadigd tijdens de aardbeving in 2010.
In overeenstemming met het plan van de Haïtiaanse regering, om Port-au-Prince te ontlasten en diensten aan te bieden op het platteland, hebben ICCO & Kerk in Actie in samenwerking met het Leger des Heils specifieke fondsen beschikbaar gesteld om te streven naar het herstel van bijna de helft van alle Leger des Heils scholen die beschadigd zijn door de aardbeving.
Dit project zal niet alleen door middel van een ruime en veilige studie plek de opleidingen van de bestaande studenten ondersteunen, maar ook het registratie vermogen van scholen op het platteland verhogen vanwege de verschuiving in de bevolking die de aardbeving teweeg heeft gebracht.
Het onderdeel capaciteitsopbouw van dit project omvat de selectie en opleiding van een Leger des Heils onderhoudsteam dat is uitgerust om zowel grote en kleine reparaties te verrichten op schoolgebouwen. Beschadigde scholen zijn op basis van prioriteit in groepen ingedeeld en zullen voor 2014 hersteld moeten zijn. Tot op heden zijn vier van de zes scholen in de eerste groep reparaties afgerond en een onderhoudsteam is inmiddels getraind.
- laatste update op 13 januari 2012 -
UNICEF ondersteunde de komst van 11 nieuwe behandelcentra voor het voorkomen van de overdracht van hiv van moeder op kind. Circa 800 zwangere vrouwen met hiv kregen in deze centra een antiretrovirale behandeling.
149.000 zwangere vrouwen hebben een hiv-test ondergaan. Hiervan bleken 3.000 vrouwen hiv te hebben. Van hen krijgen 1.875 vrouwen een antiretrovirale behandeling die door UNICEF wordt gefinancierd.
Ruim 15.000 jongeren in Port-au-Prince hebben voorlichting gekregen over hiv. 2.500 jongeren hebben een hiv-test ondergaan en 522 van hen krijgen een antiretrovirale behandeling.
UNICEF heeft Haïtianen getraind, zodat zij de overdracht van hiv van moeder op kind via een antiretrovirale behandeling kunnen voorkomen.
Tussen 2010 en 2011 is met steun van UNICEF het percentage kinderen dat deelneemt aan routinematige vaccinatierondes gestegen van 58 naar bijna 80 procent. Hierdoor zijn bijna 170.000 kinderen beschermd tegen ziektes.
In klinieken voor zwangere vrouwen die medische zorg nodig hebben zijn verloskundigen aangesteld, die door UNICEF zijn voorzien van medicijnen, apparatuur en technische ondersteuning.
UNICEF financierde de opleiding van vier trainers die 'Kangaroezorg' promoten: huid-op-huid contact tussen ouders en hun te vroeg geboren baby's. Deze methode voorkomt vaak dat deze baby's overlijden.
In 2011 zijn ongeveer 341.000 kinderen gescreend op ondervoeding. Meer dan 11.000 kinderen zijn behandeld voor acute ondervoedingsverschijnselen in een van de 312 behandelcentra. 76 procent van de ondervoede k
Sinds de aardbeving zijn in klinieken 198 babyvriendelijke ruimtes ingericht. Hier krijgen moeders advies over goede voeding en kunnen ze hun baby's in alle rust borstvoeding geven. Hiervan hebben circa 500.000 moeders en hun baby's ginderen herstelt en het aantal kinderen dat als gevolg van ondervoeding overlijdt ligt onder de 2 procent. Een vooralsnog bevredigend resultaat.
Naar aanleiding van cholera-uitbraken in 2011, heeft UNICEF via 14 partners een programma op het gebied van schoon water, sanitaire voorzieningen en hygiëne uitgevoerd. Circa 2,2 miljoen mensen kregen voorlichting over hygiëne en middelen om cholera te voorkomen (zoals zeep en jerrycans).
In 2011 zijn de water- en sanitaire voorzieningen verbeterd. Hiervan profiteren circa 600.000 mensen in kampen voor ontheemden, door de aardbeving getroffen plattelandsgemeenschappen en stadswijken waarnaar ontheemde mensen terugkeren.
Circa 95 gemeenschappen, met in totaal 89.000 Haïtianen, zijn gestart met de Community-Led Total Sanitation aanpak. Gemeenschappen leiden zelf initiatieven om de hygiënische omstandigheden te verbeteren. Zij leggen bijvoorbeeld aan hun mede-dorpelingen uit dat het beter is om hun behoefte niet meer in de openlucht te doen, maar gebruik te maken van toiletten.
Ongeveer 196.000 mensen die in opvangkampen wonen, hadden in 2011 dankzij UNICEF toegang tot tenminste 10 liter schoon water per dag. Vlak na de beving ging het om 680.000 mensen die in opvangkampen schoon water nodig hadden.
In Port-au-Prince is met steun van UNICEF gezorgd voor een veilige afvoer van menselijke uitwerpselen. UNICEF gaat door met het financieren hiervan in opvangkampen voor ontheemden en behandelcentra voor cholerapatiënten.
Meer dan 40.000 kinderen krijgen onderwijs in 193 semi-permanente scholen van UNICEF.
In oktober 2011 vond een 'Terug-naar-school' campagne plaats en kondigde President Martelly aan dat kinderen voortaan gratis basisonderwijs kunnen volgen. Ter ondersteuning van beide initiatieven heeft UNICEF ervoor gezorgd dat circa 760.000 kinderen en ruim 15.000 onderwijzers op 2.500 scholen lesmaterialen kregen.
1.497.900 kinderen op 5.760 scholen kregen voorlichting over hygiëne en zeep, zodat zij zich beter kunnen beschermen tegen ziektes als cholera.
500 onderwijzers van plattelandsscholen leerden methoden voor kleuteronderwijs.
Landelijk kregen 360 onderwijsmedewerkers trainingen op het gebied van onderwijs ten tijde van noodsituaties. Ook leerden zij hoe ze risico's op het ontstaan van rampen kunnen beperken. In alle tien departementen van Haïti hebben de lokale ministeries van Onderwijs plannen klaarliggen, zodat ze zijn voorbereid op toekomstige rampen en adequaat kunnen reageren.
In negen departementen zijn 520 kindvriendelijke plekken gecreëerd, geleid door 92 organisaties die zijn geworteld binnen de Haïtiaanse gemeenschap. Deze organisaties krijgen steun van UNICEF. Ruim 120.000 kinderen profiteren van de hulp die deze opvangplekken bieden.
In alle tien departementen van Haïti kunnen kinderen gebruikmaken van psychosociale hulp, waarbij de nadruk ligt op geestelijke bijstand na rampen.
8.780 alleenstaande kinderen zijn geregistreerd en meer dan 2.770 van hen zijn sinds de aardbeving herenigd met hun familie. Dit is gelukt dankzij UNICEF en het 'Family Tracing and Reunification' netwerk.
13.440 kinderen die wonen in 336 opvangcentra van de regering zijn geregistreerd (in totaal zijn er circa 650 van dit soort tehuizen). Hierdoor is de kans groter dat zij met hun familie kunnen worden herenigd én kan de hulp aan deze kinderen worden verbeterd.
De 336 opvangcentra zijn daarnaast doorgelicht, om de kwaliteit van de zorg te verbeteren.
De Haïtiaanse politie heeft met steun van UNICEF 18.000 kinderen bij grensovergangen en op vliegvelden gescreend, om slachtoffers van kinderhandel en illegale adoptie eruit te pikken. De regering van Haïti heeft bovendien in 2011 het Haags Adoptieverdrag getekend dat samenwerking op het gebied van interlandelijke adoptie regelt. UNICEF heeft ervoor gepleit dat Haïti dit verdrag zou tekenen.
2010 was voor Haïti duidelijk een rampjaar: de enorme aardbeving in januari, vervolgens de uitbraak van cholera en tot slot ook orkaan Tomas die het eiland rakelings passeerde. Drie rampen die nauwelijks zijn te voorkomen. Een aardbeving, epidemie en orkaan die ook in de toekomst kunnen terugkeren. Haïti ligt in een gebied dat zeer aardbevingsgevoelig is in verband met ondergrondse breuklijnen en aardplaten. Het is bovendien een gebied dat een jaarlijks regen- en orkaanseizoen kent. En nu de cholera bacterie eenmaal vastgesteld, kan de ziekte in bepaalde omstandigheden opnieuw oplaaien.
Naast noodhulp en hulp bij wederopbouw is het Rode Kruis in Haïti ook zeer actief met rampenvoorbereiding. De ramp zelf is zelden te voorkomen, maar door praktische voorbereiding en kennis kan een hoop persoonlijke, fysieke en praktische schade voorkomen worden. Het Rode kruis zet zich wereldwijd in om mensen minder kwetsbaar te maken. Dat kan door hen te helpen met het voorbereiden op een nieuwe ramp. Het gaat erom dat mensen weten wat ze moeten doen. Zijn ze op de hoogte van bepaalde risico’s? is er kennis van Eerste Hulp aanwezig? Weet een dorpsgemeenschap hoe zij zo snel en goed mogelijk kan evacueren indien nodig? Wie zijn het meest kwetsbaar voor ziekte, honger of natuurgeweld? In 2010 en 2011 heeft het Rode Kruis honderden vrijwilligers opgeleid en getraind om hier zelf ook weer voorlichting over te geven.
Zo heeft het Rode Kruis in 2010 en in 2011 in de aanloop naar het regenseizoen extra voorlichting gegeven over hoe men zich het best kan beschermen tegen een orkaan, en zijn noodvoorraden aangelegd en stormshelters gebouwd om gezamenlijk in te kunnen schuilen. Ook zijn er dijken en drainagekanalen aangelegd rondom de steden om het water te stoppen en af te voeren. In het kader van cholera – dat zeer goed gedijt en verspreidt via water – zijn dat soort maatregelen belangrijk.
De uitbraak van een besmettelijke ziekte als cholera is ook een ramp. Datzelfde geldt voor malaria en HIV/Aids. Kennis van hygiëne-maatregelen en hoe ziekten zich verspreiden is dan ook essentieel om mensen minder kwetsbaar te maken. Zo hebben Rode Kruis vrijwilligers en hulpverleners actief voorlichting gegeven in scholen, kerken, dorpen en tentenkampen over hygiëne en gezondheid, en wat je kunt doen om besmetting met cholera te voorkomen. Maar het zorgen voor schoon drinkwater, een beter afvoersysteem en sanitaire faciliteiten behoort ook tot het verbeteren van de omstandigheden waardoor een nieuwe ramp voorkomen kan worden, of minder effect zal hebben.
Het Rode Kruis heeft op Haïti ook gebruikt gemaakt van een innovatieve manier om veel mensen ineens te bereiken met waarschuwingsboodschappen: SMS en radio. Zowel voor orkaan Tomas als tijdens de cholera-uitbraak zijn miljoenen sms’jes verstuurd en dagelijkse radio-uitzendingen via het Rode Kruis radiostation gemaakt om de bevolking te informeren en te waarschuwen.
Feiten en cijfers Internationale Rode Kruis
Save the Children verbetert de levensomstandigheden van 16.675 mensen met goederen die het dagelijks leven weer mogelijk maken.
In de eerste drie maanden heeft Save the Children Nederland met het geld dat zij via de SHO ontving aan16.675 mensen hulp verleent. In deze noodhulpfase distribueerde de organisatie:


De huisjes zijn in overleg met de lokale gemeenschap ontwikkeld. Zo kunnen de nieuwe bewoners bijvoorbeeld meebeslissen over het soort materiaal dat gebruikt wordt om de muren van de huisjes te maken. Het hout voor het frame komt uit de VS en is speciaal behandeld om het weer en andere bedreigingen zoals termieten, te kunnen weerstaan. De productie van de huisjes gebeurt in een timmerwerkplaats in Port-au-Prince. De opbouw wordt gedaan met hulp van Haïtiaanse vrijwilligers en de toekomstige eigenaars.
De eerste huizen zijn gebouwd in Leogane (Papette), op het platteland ten westen van Port-au-Prince. De eerste 152 huizen staan al. Het is de bedoeling dat er op korte termijn ook begonnen wordt met de bouw van huizen in de hoofdstad. Daar bouwen blijkt echter een stuk lastiger omdat er nog altijd veel puin ligt dat bovendien ook nog eens moeilijk af te voeren is. Ook is het niet altijd duidelijk van wie bepaalde stukken grond zijn. Het uiteindelijke doel is om ruim 8.000 huizen af te leveren, een project dat zeker drie jaar in beslag zal nemen.












Cordaid Mensen in Nood installeert waterzuiveringsinstallaties en watertanks in meerdere gemeenschappen in Port-au-Prince.

Wereldwijd heeft Habitat for Humanity ruime ervaring met noodhulp en wederopbouw. Deze expertise wordt nu ingezet bij de wederopbouw in Haïti. Direct na de aardbeving heeft de internationale organisatie zich het ambitieuze doel gesteld minimaal 50.000 gezinnen te helpen in vijf jaar. Met dank aan donateurs en sponsoren uit de hele wereld heeft Habitat nu al meer dan 40.000 families geholpen met tijdelijke of permanente huisvesting, schade inventarisaties, reparaties, shelter kits, training en werkgelegenheid. Dat betekent meer dan 200.000 mensen waarvan de levens een stukje veiliger en stabieler zijn geworden. Habitat heeft zich de afgelopen twee jaar voornamelijk gericht op tijdelijke huisvestingsoplossingen. Deze focus zal voor de komende drie jaar verschuiven naar permanente huisvesting.
Met de steun van SHO levert Habitat for Humanity Nederland een bijdrage aan de doelstelling om 50.000 families te helpen. Met de SHO-bijdrage van € 1.584.000 richt Habitat for Humanity Nederland zich met renovaties en de bouw van permanente huisvesting op de wederopbouwfase. Het project is in maart 2011 van start gegaan. De nadruk lag in de eerste maanden op het in kaart brengen van de te renoveren huizen, de selectie van de families, het aanstellen van de (technische) staf en het betrekken van de gemeenschap bij het proces van de indeling van de bouwlocatie (de Santo building site in Léogâne) en het ontwerp van de te bouwen huizen. Daarnaast is het team betrokken bij het overleg met andere organisaties en overheden. Ook is een start gemaakt met het trainen van de lokale bevolking in bouwvaardigheden, persoonlijke financiële administratie en risicopreventie.








![Voorlichting voorkomt cholera [VIDEO]](http://samenwerkendehulporganisaties.nl/wp-content/uploads/2012/01/Screen-Shot-2012-01-11-at-16.05.52--170x110.png)
![Hulpverlening in Haïti door Tear [VIDEO]](http://samenwerkendehulporganisaties.nl/wp-content/uploads/2012/01/Noodhulp-Haiti-water-2012-350-px-170x110.jpg)
![Leven met een handicap [VIDEO]](http://samenwerkendehulporganisaties.nl/wp-content/uploads/2012/01/Screen-Shot-2012-01-11-at-15.40.48--170x110.png)












